Wet maakt einde aan stankcirkel in Heide
Intensieve veehouderijen in landbouwgebieden in Noord- en Midden-Limburg krijgen
meer ruimte om uit te breiden. Dorpen kunnen weer woningen bouwen, omdat het
fenomeen van de stankcirkels verdwijnt.
Dat heeft staatssecretaris P. van Geel (Milieu, CDA) gisteren verklaard in een
gesprek met deze krant in toelichting op de nieuwe Stankwet, die vandaag naar
de Tweede Kamer gaat. Belangrijkste onderdeel van de nieuwe wet is dat in
buitengebieden met veel veehouderijen meer stankoverlast wordt toegestaan en
in dorpskernen minder geurhinder wordt getolereerd. De gemeenten krijgen meer
invloed op het stankbeleid. Ze mogen afwijken van nieuwe basisnormen, die
gebaseerd zijn op het aantal dieren, de staltechniek en het type diervoer. Die
normen kunnen verscherpt worden voor de bouw
van een woonwijk of versoepeld voor de komst van nieuwe veehouderijen.
Van Geel: „Stank is een lokaal probleem. En dat moet ook plaatselijk worden
opgelost zonder starre en ingewikkelde regelgeving van bovenaf." Hij benadrukt
dat de duizend Limburgers die de afgelopen jaren hun voormalige boerderij,
hebben verbouwd op het plat land voortaan meer rekening moeten houden met
overlast. Die gezinnen belemmeren vaak de uitbreiding van veehouderijen omdat
hun boerderij als burgerwoningen werden beschouwd, die beschermd werden door de
strengste stankregels. „Mensen die bewust h buitengebied opzoeken, kunnen weten
dat ze te midden van intensieve veehouderijen moeten ten leven", aldus Van Geel.
Volgens de staatssecretaris tekent de nieuwe Stankwet dat er meer balans komt in
de bescherming van burgers tegen geurhinder en de ruimte voor, uitbreidingen van
veehouderijen. Die balans was de afgelopen jaren ver te zoeken. Met name in
Noord-Limburg ontstond( door het hanteren van stankcirkels grote spanningen,
omdat woningbouw onmogelijk was en veehouders niet konden u breiden. In Venray
moest er een wethouder het veld ruimen omdat hij woningen binnen stankcirkels
bouwde.
In een eerste reactie op het wetsvoorstel verklaarde gedeputeerde G. Driessen
(CD, Landbouw, Ruimtelijke Ordening) blij te zijn dat het Rijk minder star wil
omgaan met de stankregels. Hij is wel beducht voor willekeur van gemeenten die
de Stankwet mogelijk aanwenden om klachten van burgers te laten prevaleren boven
bedrijvenbelangen.
DOOR PEET ADAMS