Met gekissebis bewijzen burgemeester Waals en dorpsraden niemand een dienst

terug naar de startpagina. terug naar de vorige pagina.

DOOR BERT ALBERS

Sinds vorig jaar april hebben de vertegenwoordigers van de Venrayse kerkdorpen het regelmatig aan de stok met burgemeester JosWaals. Aanleiding zijn de standpunten over de dorpen en hun bewoners, die Waals met enige regelmaat de wereld inslingert.

De boodschap: het gaat niet goed op het platteland. Kerken en boerderijen lopen leeg. Boeren zijn in ontreddering, voor hun kinderen is geen werk meer. De dorpelingen verhuren hun schuren aan wiettelers en autodieven die gestolen waar omkatten. Ze hebben illegale buitenlanders in dienst, die ze beroert huisvesten. Buitenlanders krijgen de schuld van de economische ma­laise, de boerenzonen en -dochters houden er extreem-rechtse denkbeelden op na.
Waals verkondigde zijn mening inmiddels drie keer. Eerst tijdens een bijeenkomst in Ysselsteyn voor de vereniging van kleine kernen, daarna voor collega burgemeesters in Zaandam en enkele weken geleden in een tv-programma van L1. Dezelfde boodschap, andere woordkeus. Bij het laatste optreden viel het woord 'inteelt', in rela­tie tot de voorkeur van de dorpen om bij woningbouw voorrang te geven aan de eigen jeugd.
De reactie is even voorspelbaar als de aanleiding. Een boze brief van het Dorpsradenoverleg, de koepel van de Venrayse kerkdorpen. De strekking: 'Hoe durft­ie? Hoe komt-ie erbij?' Ontkenning en verdediging. Dit scenario hebben we nu drie keer gezien. Herhaling van zetten, van bei­de kanten. Actie, reactie, maar geen stap vooruit. Waals zegt niet waarop hij zijn voorspellingen baseert. En de dorpen vragen niet om onderbouwing. Dat is beide partijen aan te rekenen. Na de eerste keer is de reactie om zich te beperken tot een boze brief te begrijpen. Het is de eerste keer en, och, het is Jos Waals en die neemt wel vaker geen blad voor de mond. Maar als Waals korte tijd later heel 'bewust de grenzen weer opzoekt (of overschrijdt), hadden de dorpen meer kunnen en moeten doen dan wederom een boze brief en een gesprek. Als je het zo serieus neemt, vraag je op zijn minst om opheldering. Op welke onderzoe­ken, cijfers of rapporten baseert Waals zijn conclusies? Afhankelijk van het antwoord hoort vervolgens een eis tot rectificatie of zelfs een aanklacht wegens smaad of laster tot de mogelijkheden. Of een deemoedige erkenning, gevolgd door een actieprogram­ma. Dat initiatief hadden ze trouwens altijd kunnen nemen. Het gaat tenslotte, volgens Waals, om hun kinderen. Zelf de hand aan de ploeg, daar zijn de dorpen immers goed in. Wat voor de kerkdorpen geldt, gaat ook op voor Waals zelf. Hij had natuurlijk met­een duidelijk kunnen maken waarop hij zijn inzichten baseert. Maar ook Waals koos ervoor zijn standpunten te herhalen, zonder bewijzen op tafel te leggen. Inmiddels zijn wat onderzoeken gepubliceerd, die er dus ten tijde van de gerucht­makende uitspraken nog niet waren. Ze laten echter nog altijd veel vragen open.
En zo blijft: het bij creatief en speculatief tendensen aan elkaar knopen aan de ene kant en aangebrand reageren daartegenover. Het wordt tijd dat iemand die vicieuze cirkel doorbreekt. Anders verliezen burgermeester én dorpen hun geloofwaardigheid, die ze hard nodig hebben als er inderdaad iets aan de hand is in het buitengebied.


 Mei 2005 Bert Albers